Partneralimentatie: hoe maak je de berekening zelf?

Om partneralimentatie te berekenen, bestaan een aantal (betaalde) alimentatieberekeningsprogramma’s. Het is een soort belastingaangifteprogramma wat je invult. Het nadeel is dat je wat getallen kunt invullen, zonder dat je echt begrijpt waarom je het invult en wat de gevolgen hiervan zijn. En ik kon eigenlijk vrijwel nergens een leesbaar artikel vinden waarin je de berekening zelf mee kunt maken. Dit was dan ook mijn doel, om een diepgaand artikel op te stellen, waarmee je zowel als leek als alimentatiespecialist uit de voeten zou kunnen. En dan ook nog gratis. Het heeft wat bloed, zweet en tranen gekost, maar hier is het dan. In dit artikel ga ik echt de diepte in om uit te leggen wat partneralimentatie inhoudt. Ik zal hieronder heel nauwkeurig uitleggen hoe partneralimentatie precies opgebouwd is. De bedoeling is dat je dan zelf globaal een berekening kunt maken (zelfs zonder alimentatieberekeningsprogramma), of mijn berekening voor jullie beter kunt begrijpen.

Maar een disclaimer is op zijn plek. Ik sta niet in voor de juistheid van mijn artikel en je kunt hieraan geen rechten ontlenen,  of aansprakelijkheid aan verbinden in of buiten rechte. Ik stel niet compleet te zijn. En verspreiding of duplicatie van de inhoud van mijn artikel mag alleen als mijn bedrijfsnaam Lumen advocaat en mediator genoemd wordt.

1         Hoelang duurt partneralimentatie?

De maximale alimentatietermijn is de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.

In mijn uitleg gebruik ik de volgende niet officiële termen: de (alimentatie)betaler is diegene die de partneralimentatie moet betalen aan de ex-partner. (Officieel heet dit de alimentatieplichtige). Je hebt ook de (alimentatie)ontvanger, dat is diegene die de partneralimentatie ontvangt van de ex-partner. (Officieel heet dit de alimentatiegerechtigde. Ik gebruik deze officiële termen verder niet meer, want ik wil het zo gemakkelijk mogelijk uitleggen).

2         4 Uitzonderingen

Op deze regel van maximaal 5 jaar partneralimentatie, zijn 4 uitzonderingen.

2.1        Jongste kind jonger dan 12 jaar

De alimentatieontvanger die voor de kinderen zorgt, houdt minimaal recht op partneralimentatie totdat het jongste kind 12 jaar is.

2.2        Huwelijken langer dan 15 jaar

Als jullie huwelijk langer heeft geduurd dan 15 jaar én de alimentatieontvanger 10 jaar voor de AOW-leeftijd zit, moet de alimentatie doorbetaald worden tot de pensioendatum van de ontvanger.

2.3        50-plusser

Als je als alimentatieontvanger 50 jaar of ouder bent én bovendien langer dan 15 jaar bent getrouwd, dan moet de alimentatie maximaal 10 jaar betaald worden.

2.4        Zielige gevallen

Een laatste uitzondering geldt slechts voor zeer uitzonderlijke situaties, als het stoppen met de betaling van de partneralimentatie te ingrijpend zou zijn voor de ontvanger. Hiervan zou bijvoorbeeld sprake kunnen zijn bij ziekte van de ontvanger of blijvende arbeidsongeschiktheid. 

3         Eerst kinderalimentatie

Hierbij wil ik al wel direct opmerken dat kinderalimentatie voorgaat op partneralimentatie.

Dus eerst wordt door mij een kinderalimentatieberekening gemaakt, waarna jullie afspraken maken over de hoogte van de kinderalimentatie. En als er dan nog geld over is, dan pas wordt partneralimentatie besproken.

Wat kun je van mij verwachten als jullie scheidingsmediator?

4         Partneralimentatieberekening

Ik maak na de kinderalimentatieberekening een partneralimentatieberekening zodat jullie een duidelijk handvat hebben wat jullie eigenlijk kunnen betalen/ontvangen. Maar jullie kunnen hiervan dus in onderling overleg wel afwijken. Zowel in hoogte als in duur.

Afspraken over de hoogte van de partneralimentatie die jullie daadwerkelijk gaan betalen/krijgen, maken jullie namelijk in mediation in onderling overleg. Dit is meestal het hete hangijzer. Het voordeel van het berekenen en bespreken van de partneralimentatie is, dat jullie in de brei van cijfers en veel onzekerheid over de toekomst, opeens wel financiële duidelijkheid krijgen wat de echtscheiding voor jullie concreet gaat betekenen.


Je weet dan precies waaraan je toe bent: Wat houd ik per maand over na de echtscheiding? Kan ik of mijn ex-echtgenoot nog in de voormalig gezamenlijke woning blijven wonen met de kinderen? Of moet de woning verkocht worden? Voor welk bedrag kan ik een huis huren/kopen? Hoe gaan we de kinderalimentatie verdelen? Kan ik nog op vakantie met de kinderen? Heb ik recht op partneralimentatie of moet ik dit betalen? En hoeveel en hoe lang dan? Deze zekerheid zorgt ervoor dat je met vertrouwen kunt kijken naar de toekomst.

5         Hoe wordt partneralimentatie opgebouwd?

Dit bestaat uit 3 onderdelen:

5.1        De behoefte van de ontvanger.
5.2        De draagkracht van de betaler.
5.3        De jusvergelijking.

Behoefte

De behoefte is de levensstandaard die jullie tijdens het huwelijk hebben gehad. Dus als jullie veel geld verdienden, maar ook veel geld uitgaven (aan dure vakanties, auto’s en kleding, etc.) dan is de behoefte veel hoger dan wanneer jullie hetzelfde geld verdienden, maar zuinig leefden en bijna alles op de spaarrekening zetten.

Draagkracht

De draagkracht duidt op de financiële situatie van de betaler.

Jus-vergelijking

Dit komt erop neer dat er een evenwichtige en eerlijke verdeling moet ontstaan, zodat jullie uiteindelijk netto per maand evenveel overhouden.

Dit is de basis, nu ga ik verder de diepte in, als je meer inzicht wilt krijgen hoe jullie berekening is opgebouwd.

Ga er eens goed voor zitten, want een alimentatieberekening is nogal droge stof. Zoals je van mij gewend bent, probeer ik het natuurlijk wel zo gemakkelijk mogelijk uit te leggen.

6         Hoe stel je de behoefte vast?
1.               Eerst bereken je wat het netto gezinsinkomen is.
2.               Hierop worden de zogenaamde kinderkosten in mindering gebracht (als jullie tenminste kinderen hebben).
3.               Vermenigvuldig dat met 60%. Het restant wordt gedeeld door 2 om de behoefte van jullie beiden vast te stellen

 

7         Hoe bereken je het netto gezinsinkomen?

Het kan zijn dat een van jullie beiden minder of meer kan gaan werken na de scheiding om de kinderen op te vangen. Dan moet je van de nieuwe financiële situatie uitgaan.

Eerst neem je het bruto maand salaris van jullie beiden, met vakantiegeld (meestal 8%, of kijk anders in je CAO), bonussen, gratificaties, dertiende maand, veertiende maand, toeslagen, studiefinanciering, uitkeringen, pensioen, inkomsten uit onderhuur, rente en andere inkomsten uit vermogen etc. Daar trek je de loonbelasting van af.

7.1        Toeslagen

Hier tel je de toeslagen bij op waarop je nu recht hebt na de scheiding. Als je wilt weten welke toeslagen je juist aanspraak kunt maken, kijk dan in dit artikel waarin ik dit uitgebreid uitleg. Dan kom je van je brutogezinsinkomen naar het netto gezinsinkomen. Hierop moet je de kinderkosten in mindering brengen.

In mijn artikel over kinderalimentatie uitgebreid leg ik uit hoe je de kinderkosten kunt berekenen.

In de behoeftetabel van het NIBUD staat hoeveel jullie kinderkosten zijn, waarbij je kijkt hoeveel het netto gezinsinkomen is, hoeveel kinderen je hebt en hoe oud ze zijn.

Tenslotte neem je 60% van dit eindbedrag. Dat is dan de behoefte.

 

7.2        Even een concreet voorbeeld hoe je de behoefte kunt berekenen.

Stel dat jullie gezamenlijke netto maandinkomen € 5000 is. En stel dat jullie 2 kinderen hebben, 1 van 4 jaar oud (4 punten) en 1 van 6 jaar oud (2 punten). Dan zijn volgens de NIBUD-tabel de kinderkosten € 1.125 per maand.

Netto gezinsinkomen € 5.000 – € 1.125 kinderkosten = € 3.875 restant.

60% van € 3.875 = € 2.325. Dit is de maandelijkse behoefte van zowel de betaler als de ontvanger.

Nu maak ik het nog concreter. Stel dat de betaler € 3000 netto verdient, terwijl de ontvanger € 2000 netto verdient. Dan krijgt de ontvanger dus €2.325 (behoefte) – € 2000 (nettoloon) = € 325 per maand te weinig om aan de behoefte te kunnen voldoen. De betaler hoeft dan dus maximaal dit bedrag aan de ontvanger betalen.

8         Draagkrachtberekening betaler

In dit onderdeel bekijk je hoeveel de betaler over heeft om aan partneralimentatie te betalen. Hierbij wordt gekeken naar de huidige financiële situatie, dus zoals deze is na de scheiding. Volgens vaste rechtspraak telt het Kind Gebonden Budget (KGB) niet mee voor de partneralimentatie (alleen voor de kinderalimentatie). Dit hoeft dus alleen berekend te worden voor diegene die het hoogste inkomen heeft en de partneralimentatie moet gaan betalen.

Ga er even goed voor zitten voor wat nu komt.

8.1        Draagkrachtloos inkomen

De eerste stap is om te berekenen wat het minimale inkomen is wat jij als alimentatiebetaler nodig hebt om van te kunnen leven. Dat heet het draagkrachtloos inkomen. Dit bestaat uit 4 onderdelen:

1.         de bijstandsnorm (dit is voor iedereen gelijk)

2.         jouw eigen woonlasten

3.         jouw eigen ziektekosten

4.         jouw andere relevante kosten

8.2        De bijstandsnorm

Wat je in deze stap berekent, is de kale bijstandsnorm. En die ga je aanpassen aan jouw specifieke situatie. Hoe doe je dat?

Je neemt de meest recente bijstandsuitkering[i]. Omdat hierin al standaard woonlasten en ziektekosten zijn opgenomen, moet je deze 2 punten er eerst uithalen. Daarna tel je jouw eigen woonlasten en ziektekosten erbij op en dan heb je jouw specifieke situatie.

Oké, en nu weer even concreet. Je neemt de meest recente bijstandsuitkering[ii] min de standaard woonlasten[iii] en min de ziektekosten op bijstandsniveau[iv]. In januari 2020 is de bijstandsuitkering voor een alleenstaande € 1.052,32 en zijn de standaard woonlasten op bijstandsniveau € 230. De ziektekosten op bijstandsniveau bedragen € 33.  De kale, uitgeklede bijstandsnorm is dus voor iedereen € 789,32 per maand.

8.3        Jouw woonlasten

Zoals ik hierboven al schreef, moet je nu jouw specifieke situatie gaan berekenen. Dus je moet jouw echte woonlasten hierbij optellen. Hierbij moet ik wel een nuancering maken, want het moeten reële woonlasten zijn die bij jouw inkomen passen. Dus je kunt niet in een villa blijven wonen in je eentje als je met zijn tweeën de woning al amper kon betalen. En ook niet als je hierdoor geen partneralimentatie zou kunnen betalen. Als de werkelijke woonlasten te hoog zijn, zou het redelijk kunnen zijn dat je kleiner en goedkoper gaat wonen. En als je inmiddels met een nieuwe partner zou samenwonen, dan moet je de woonlasten delen door twee personen.

8.4        Jouw ziektekosten

Onder jouw ziektekosten valt de ziektekostenpremie die je betaalt voor de basisverzekering en voor de aanvullende verzekering. Ook als je een (verhoogd) eigen risico zou moeten betalen of ziektekosten of tandartskosten moet betalen die niet vergoed worden door de verzekering, dan valt dit hieronder.

8.5        Andere relevante en noodzakelijke kosten

Er zijn limitatieve kosten die je nog meer mag aftrekken om het draagkrachtloos inkomen vast te stellen. Je mag dus niet alle kosten optellen die je zou hebben, maar slechts om (een of meer van) de volgende noodzakelijke kosten:

8.5.1       Als je zelfstandige bent, dan kun je de premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering en oudedagsvoorziening aftrekken (je moet natuurlijk hierop wel het genoten belastingvoordeel in mindering brengen. Het gaat tenslotte alleen om de daadwerkelijke kosten).
8.5.2       Als je kinderopvangkosten zou hebben die niet al zijn meegenomen in de kinderkosten, dan mag je dat hierbij optellen, maar alleen als deze kosten noodzakelijk zijn zodat jij kunt werken en inkomen genieten. Dus als de kinderen 2 dagen door de weeks bij jou zijn, dan mag je niet 3 dagen kinderopvangkosten opvoeren.
En ook hiervoor geldt weer dat je alleen de echte kosten mag opvoeren, dus de kinderopvangtoeslag die je van de belastingdienst ontvangt, moet hiervan worden afgetrokken.
8.5.3       Reiskosten die je moet betalen voor woon-werkverkeer mag je optellen, maar hierop moet je weer de werkgeversvergoeding in mindering brengen.
8.5.4       Als er schulden tijdens het huwelijk zijn gemaakt, dan mag je de rente en aflossing optellen die je hiervoor betaalt. Het kan om een consumptief krediet gaan, maar ook om een restschuld voor de voormalige woning. De rente en aflossing hiervan mag je dus optellen bij het draagkrachtloos inkomen.
8.5.5       Ook studiekosten mag je optellen, maar alleen als dit nodig was voor het verkrijgen van inkomen. Hiervoor geldt ook weer dat het alleen om echte kosten mag gaan, dus als je een deel van de studiekosten van de belasting mag aftrekken of vergoed krijgt van je werkgever, dan moet je dat er wel weer vanaf trekken.
8.5.6       Een laatste belangrijke post zijn de zogenaamde herinrichtingskosten. Ook deze mag je in mindering brengen, maar alleen als er aan 3 eisen is voldaan:
  • De inboedel blijft bijna helemaal bij de ex-partner
    • Je moet bonnen hebben van je aankopen.
    • Jullie mogen allebei geen spaargeld hebben, want anders kun je de inboedel gewoon hiervan betalen.
Alleen als je aan al deze 3 voorwaarden voldoet, dan mag je 5 jaar lang maandelijks € 125 opvoeren.
8.5.7       Tenslotte mag je de kosten voor mij als scheidingsmediator of advocaat aftrekken voor het eerste jaar tot maximaal € 114 euro per maand.

Zo, nu heb ik alle punten en aftrekposten besproken. Ik ga het nu even toepassen in een voorbeeld. Hopelijk zie je dan door de bomen het bos weer.

8.6        Voorbeeld

Jij hebt een netto maandinkomen van € 3.000. Het KGB (kindgebonden budget) doe je niets mee, want dat telt alleen mee bij de kinderalimentatie. De kale bijstandsnorm bedraagt € 789,32 per maand (zoals ik hierboven al heb uitgelegd na aftrek van woonlasten en ziektekosten onderdeel). Alle kosten zijn per maand, dat zet ik er dus gemakshalve hieronder niet meer bij. Jouw woonlasten bedragen € 900. En je betaalt € 150 aan ziektekosten. Je mag bovendien studiekosten aftrekken van € 50 en ook € 100 mediationkosten. Let erop dat in dit voorbeeld de studiekosten alleen voor dit jaar gelden, net als de kosten voor mediation. Dus strikt genomen zou je het jaar daarop een nieuwe berekening moeten inmaken waarbij je deze 2 aftrekposten niet meeneemt.

8.7        Alimentatieberekening tussentijds aanpassen

Je zou dit probleem al kunnen ondervangen door vast te leggen dat je het eerste jaar een ander bedrag aan alimentatie betaalt dan het 2e jaar. Dit zou ook kunnen gelden als je bijvoorbeeld een kind hebt wat nu nog naar de BSO gaat, maar volgend jaar 12 jaar wordt. Je zou dan geen kinderopvangkosten meer hebben en dus meer ruimte om partneralimentatie te betalen. Mijn advies is altijd: benoem het en maak er al afspraken over in het convenant. Want jullie willen ook in de toekomst geen probleem krijgen over de alimentatie.

8.8        Jouw draagkrachtloos inkomen is:

Bijstandsnorm van 1.052 euro. De kale, uitgeklede bijstandsnorm is voor iedereen € 789,32 per maand (dat heb ik hierboven al uitgelegd).

+ werkelijke woonlasten van € 900

+ werkelijke ziektekosten van € 150

+ studiekosten van € 50

+ advocaatkosten € 100

Het draagkrachtloos inkomen komt daarmee het eerste jaar neer op € 1.989,32 per maand (€ 789,32 + € 900 + € 150 + € 50 + € 100 , het 2e jaar zou het neerkomen op € 1.989 – € 150 = € 1.839 (omdat je het 2e jaar de studiekosten en advocaatkosten niet meer kunt meenemen en ervan uitgaande dat je dan ook geen studiekosten meer zou hebben).

9         Draagkrachtruimte

De volgende stap is om de draagkrachtruimte en de draagkracht vast te stellen. Maar als je al tot hier bent gekomen en niet afgehaakt bent, zul je zien dat de rest appeltje eitje is.

Hoe bereken je de draagkrachtruimte?  Dat is jouw netto-inkomen na de scheiding min het draagkrachtloos inkomen. Van deze draagkrachtruimte mag je zelf 40% houden en 60% is voor partneralimentatie over. Vervolgens trek je nog jouw deel van de kinderalimentatie hiervan af, dan houd je je draagkracht over.

9.1        Nu ga ik het weer even verduidelijken met het voorbeeld.

Je had een netto-inkomen van € 3.000. Jouw draagkrachtloos inkomen hadden we hierboven op € 1989 vastgesteld. Stel dat de kinderalimentatie € 450 zou zijn, waarvan je € 250 als zorgkorting en € 200 op de gezamenlijke kinderrekening betaalt.

Dan vervolgen we de berekening (het 1e jaar):

Netto-inkomen € 3000

Draagkrachtloos inkomen € 1989 –

Draagkrachtruimte € 1011

De draagkracht voor de partneralimentatie is 60% x € 1011 = € 606

Kinderkosten € 450 –

Draagkracht € 156      

Stel dat in het 2e jaar alles hetzelfde zou blijven, alleen de studiekosten en advocaatkosten niet meegenomen worden, dan zou de alimentatieberekening iets aangepast worden:

Netto-inkomen € 3.000

-draagkrachtloos inkomen (€ 1.989 – € 150 =) € 1.839 –

Draagkrachtruimte € 1161

De draagkracht voor de partneralimentatie is 60% x € 1161 = € 696

Kinderkosten € 450 –

Draagkracht € 246  

 (Oftewel 60% van het € 150 = € 90 verschil, en dat klopt, namelijk het verschil tussen € 246 – € 156)

10      Bruteren

Ik ben de hele tijd uitgegaan van netto bedragen, maar je hebt als betaler recht op belastingaftrek over de betaalde partneralimentatie (net zoals de ontvanger de partneralimentatie als inkomen moet opgeven en hier dus inkomstenbelasting over moet betalen). Ik moet dus de netto draagkracht omzetten in een brutobedrag.

Het percentage om partneralimentatie af te trekken, is aan banden gelegd. En het percentage daalt bovendien de komende jaren iets. Dit betekent dus dat je minder alimentatie kunt aftrekken van de inkomstenbelasting. Als je de berekening helemaal correct wilt doen, zul je hiermee rekening moeten houden. En ook als je afspraken over de partneralimentatie maakt. Want het bedrag wat je dit jaar kunt betalen, neemt dus de komende jaren iets af.

Daar staat wel tegenover dat je normaliter wel ieder jaar een loonsverhoging krijgt en dus een indexering van de alimentatie afspreekt. Je zou dit probleem kunnen ondervangen door de hoogte van de alimentatie nu al iets lager vast te leggen voor de komende jaren of de indexatie bewust niet op te nemen. Het belangrijkste is dat jullie er nu al over nadenken en afspraken over maken, dit om problemen en onvrede in de toekomst te voorkomen.

10.1    Aftrekpost partneralimentatie
202046%
202143%
202240%
202337%
10.2    Bruteren toepassen

In mijn voorbeeld kwam ik uit op een netto draagkracht van € 156 voor het eerste jaar. Hoeveel is dit omgezet in een bruto draagkracht?

Jaar 2020

De betaler kan dus € 156 netto per maand betalen aan partneralimentatie. In 2020 kan hij maximaal 46% aftrekken van de belasting. Hij betaalt dan dus 1 : (1 – 0,46) = 1,85 x € 156 = € 288,88 bruto per maand.

Jaar 2021

Stel dat we de bedragen niet zouden veranderen, dus we doen net alsof de aftrekposten en het netto inkomen gelijk zouden blijven. Dan kan ik goed laten zien dat het bruto bedrag de komende jaren daalt. In het jaar 2021 kan de betaler nog steeds € 156 netto per maand betalen aan partneralimentatie. Maar in dat jaar kan hij maximaal 43% aftrekken van de belasting (zie de tabel hierboven). Hij betaalt dan dus 1 : (1 – 0,43) = 1,75 x € 156 = € 273 bruto per maand.

Jaar 2022

Maar in dit jaar kan hij maximaal 40% aftrekken van de belasting (zie de tabel hierboven). Hij betaalt dan dus 1 : (1 – 0,40) = 1,66 x € 156 = € 260 bruto per maand.

Jaar 2023

Na dit jaar verandert de maximale aftrek niet meer, dan hoef je alleen maar met 37% te rekenen. Hij betaalt dan dus 1 : (1 – 0,37) = 1,587 x € 156 = € 247 bruto per maand.

Je ziet hierin duidelijk dat de bruto draagkracht ieder jaar afneemt, terwijl het netto bedrag hetzelfde blijft. Als je dus alleen de bruto partneralimentatie zou berekenen voor het jaar 2020 (€323) en dit bedrag zo in het convenant zouden opnemen, dan zou de betaler vanaf het jaar 2021 meer betalen dan hij kan betalen (dus meer dan zijn draagkracht toelaat). Daarom is het verstandig dat jullie samen afspraken maken welke bedragen er tot 2023 bruto betaald moeten worden.

Nu moeten we weer even teruggaan naar het prille begin van mijn artikel, toen alles nog zo gemakkelijk leek. Ik heb toen het volgende geschreven:

11      Hoe wordt partneralimentatie opgebouwd?

Nu ga ik even herhalen om weer alles helder op het netvlies te krijgen.

Partneralimentatie bestaat uit 3 onderdelen:

11.1    De behoefte van de ontvanger.
11.2    De draagkracht van de betaler.
11.3    De “jus vergelijking”.

Behoefte van de ontvanger

De behoefte is de levensstandaard die jullie tijdens het huwelijk hebben gehad.

Draagkracht van de betaler

De draagkracht duidt op de financiële situatie van de betaler.

Jus-vergelijking

Dit komt erop neer dat er een evenwichtige en eerlijke verdeling moet ontstaan tussen het besteedbaar inkomen van de betaler en de ontvanger. De behoefte en de draagkracht blijven hetzelfde, maar de hoogte van de partneralimentatie wordt aangepast (verlaagd), zodat beide partners maandelijks evenveel overhouden. Dit is een soort reserve noodmaatregel omdat het niet de bedoeling is dat de betaler zoveel alimentatie betaalt, dat de ontvanger uiteindelijk netto per maand meer overhoudt dan de betaler.

Letterlijk betekent dit dat de behoefte het aantal aardappels bepaalt die de ontvanger nodig heeft, de draagkracht bepaalt hoeveel aardappels de betaler kan geven en de jus-vergelijking zorgt ervoor dat beide partijen evenveel jus over de aardappels krijgen.

Wanneer speelt dit? Alleen als het inkomen van beide partners vrij dicht bij elkaar. De betaler zou dan per maand bijna hetzelfde te besteden hebben als de ontvanger, zonder dat hij al alimentatie moet betalen. Als hij dan ook nog alimentatie moet betalen, zou hij per maand minder geld overhouden dan de ontvanger. Er is dan geen sprake meer van een evenwichtige situatie en dat moet voorkomen worden.

11.4    Even weer een voorbeeld.

Het netto inkomen van de betaler is € 3.000 en zijn draagkracht is € 1.000. Hij zou dus € 1.000 aan de ontvanger kunnen betalen. Het netto inkomen van de ontvanger is € 2.300 en de behoefte is € 2.800. De betaler zou dus maximaal € 500 moeten betalen (€ 2.800 – € 2.300). Maar als hij dit zou betalen, dan zou hij € 2.500 overhouden (€ 3.000 – € 500), terwijl de ontvanger dan € 2.800 te besteden heeft (€ 2.300 + € 500). Dan is er alsnog geen evenwicht, dit kan voorkomen worden doordat de betaler € 350 betaalt, dan is zijn besteedbaar inkomen € 3.000 – € 350 = € 2.650. Het besteedbaar inkomen van de ontvanger is dan ook € 2.300 + € 350 = € 2.650, namelijk het gemiddeld besteedbaar inkomen van beiden samen € 3.000 + € 2.300 = € 5.300 : 2 = € 2.650.

12       Drie controles op de uitkomst van de te betalen alimentatie
12.1    De jusvergelijking is de eerste controle, er moet altijd evenwicht zijn.
12.2    Behoefte is de max (als de draagkracht groter)

De ontvanger krijgt niet meer dan zijn behoefte is, want dan blijft zijn financiële situatie hetzelfde voor en na de scheiding. Dus als de betaler € 1000 kan betalen (dat is zijn draagkracht), maar de behoefte van de ontvanger is slechts € 600, dan hoeft de betaler slechts € 600 te betalen.

12.3    Draagkracht is de max (als de behoefte groter is)

De betaler hoeft niet meer te betalen dan hij kan betalen, oftewel de draagkracht is het maximum. Dus als de behoefte € 1000 is van de ontvanger, terwijl de betaler slechts € 600 kan betalen, dan hoeft de betaler maximaal € 600 te betalen.

13      Indexering

De hoogte van de partneralimentatie wordt ieder jaar op 1 januari verhoogd met het indexeringspercentage. Dit moeten jullie zelf in de gaten houden, bijvoorbeeld op de site van het LBIO staat vanaf november de indexering genoemd.

14      Bijstandsuitkering

Als beide partners een laag inkomen hebben als jullie gaan scheiden (en dus ook nog eens dubbele lasten krijgen), dan is het mogelijk dat de betaler minder partneralimentatie kan betalen dan de ontvanger minimaal nodig heeft om rond te kunnen komen. Dit betekent dus dat de behoefte (zie nr. 4) van de ontvanger groter is dan de draagkracht van de betaler (zie nr. 5). Als het inkomen van de ontvanger te laag is, dan kan de ontvanger een (aanvullende) bijstandsuitkering aanvragen. De gemeente controleert dan of de betaler wel meer kan betalen en of ze de uitkering toch nog kunnen verhalen op de betaler.

Alimentatienormen: https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/civiel/familie-en-jeugdrecht

Dit artikel gaat dus alleen over partneralimentatie. Als je vragen hebt over een globale uitleg over de kinderalimentatie, lees dan meer hierover door op deze link te drukken.

Op dit artikel is de volgende disclaimer van toepassing.


[i](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/documenten/publicaties/2019/12/18/uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020)

[ii](https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/documenten/publicaties/2019/12/18/uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020)

[iii] https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/tremarapport-versie-2020-januari.pdf

[iv] https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/tremarapport-versie-2020-januari.pdf

Call Now ButtonBel