Uitgebreide kinderalimentatie

Hoe maak je zelf een kinderalimentatieberekening?

Het begrijpen van een kinderalimentatieberekening kan uitdagend zijn. Ik geef in dit artikel een uitgebreide uitleg geven over de kinderalimentatie. Zodat je precies begrijpt hoe jullie berekening is opgebouwd. Mijn uitleg is zo uitgebreid, dat je hiermee zelfs de kinderalimentatie grotendeels zelf kunnen maken. Dus zonder duur alimentatieberekeningsprogramma. Dan heb je al een gratis indicatie waaraan je toe bent, voordat jullie al een mediationgesprek met mij hebben gehad. Daarmee ben ik vrij uniek in Nederland. Ik geloof namelijk in het delen van kennis.

Hetzelfde bied ik aan voor een partneralimentatieberekening. Op mijn site heb ik ook een artikel geschreven hoe je dit zelf kunt berekenen.

Als je alleen globaal wilt weten waaraan kinderalimentatie moet voldoen, dus hoe lang je het moet betalen, wat je kunt doen als de situatie veranderd is, etc. dan kun je dat lezen in dit artikel.

Tijdens de scheidingsmediation, maak ik een kinderalimentatieberekening. Dit is een handvat, zodat jullie globaal weten wat jullie beiden kunnen betalen. Jullie maken echter zelf de afspraken over de hoogte die jullie echt gaan betalen of ontvangen. Maar het absolute minimum wat jullie als ouders moeten betalen per kind is € 25 per maand, anders is de afspraak niet geldig.

De afspraken die jullie maken, leg ik vast in een ouderschapsplan. Jullie zijn dan hieraan gebonden. Als een van jullie in de toekomst de afspraken niet na zouden komen, dan ga je natuurlijk eerst met elkaar in gesprek. Maar als het dan toch niet zou lukken, dan zou je met de gemaakte afspraken naar een rechter kunnen gaan en nakoming vorderen. De afspraken zijn dus niet vrijblijvend.

1         Scheidingsmediator en -advocaat

Dit is het grote verschil met een advocaat: die vraagt dan namens een partij aan de (advocaat van de) andere partij om een bedrag aan kinderalimentatie te betalen. Als dit niet vrijwillig zou gebeuren, zouden jullie zelfs naar de rechter moeten om de kinderalimentatie (voorlopig) vast te stellen. Dit heeft een aantal nadelen boven scheidingsmediation. Enerzijds is het voor jullie beiden en ook voor de kinderen een stuk prettiger als jullie nog met elkaar kunnen blijven praten. Anderzijds zijn 2 advocaten in ieder geval een stuk duurder dan 1 mediator. Ik heb als gespecialiseerde familierecht advocaat en MfN scheidingsmediator een derde voordeel. Ik heb de juridische kennis en ervaring van een familierechtadvocaat om goede (waterdichte) contracten op te stellen namens jullie. Maar met een veel lager prijskaartje als scheidingsmediator.

2         Kinderalimentatie

Nu ga ik de diepte in. Dit artikel geldt alleen voor kinderalimentatie (de opbouw voor partneralimentatie is namelijk anders). Omdat het gemakkelijker leest, geef ik hieronder ook telkens concrete voorbeelden. .

Hoe bereken jij zelf hoeveel kinderalimentatie jij moet betalen?

3         Er zijn 3 punten waarop een kinderalimentatieberekening is gebaseerd:
3.1        De behoefte van de kinderen: hoeveel hebben de kinderen nodig?
3.2        De draagkracht van beide ouders: hoeveel kunnen jullie beiden betalen aan kinderalimentatie?
3.3        Een verdeling van de kinderalimentatie, zodat je een eerlijke verdeling krijgt tussen beide ouders.
4         Kinderbehoefte

De behoefte is de levensstandaard die jullie tijdens het huwelijk hebben gehad. Dus als jullie veel geld verdienden, maar ook veel geld uitgaven (aan dure vakanties, auto’s en kleding, etc.) dan is de behoefte veel hoger dan wanneer jullie hetzelfde geld verdienden, maar zuinig leefden en bijna alles op de spaarrekening zetten.

5         Draagkracht

De draagkracht duidt op de financiële situatie van beide ouders.

6         Verdeling

Dit komt erop neer dat er een evenwichtige en eerlijke verdeling moet ontstaan, zodat jullie uiteindelijk verhoudingsgewijs per maand evenveel bijdragen.

Dit is de basis, nu ga ik verder de diepte in, als je meer inzicht wilt krijgen hoe jullie kinderalimentatie berekening is opgebouwd.

Ga er eens goed voor zitten, want kinderalimentatie is nogal droge stof. Zoals je van mij gewend bent, probeer ik het natuurlijk wel zo gemakkelijk mogelijk uit te leggen.

7       Hoe stel je de kinderbehoefte vast?

7.1        Eerst bereken je wat het netto gezinsinkomen was voor de scheiding.
7.2        Je bepaalt daarna de zogenaamde standaard kinderkosten, die afhangen van de hoogte van jullie gezinsinkomen. Dit wordt ook wel de NIBUD kinderkosten genoemd. In de volgende tabel voor het jaar 2020 staan de huidige kinderkosten.

https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Civiel/Familie-en-jeugdrecht/Paginas/Behoeftetabel-2020.aspx

8         Waarom bereken je het netto gezinsinkomen zoals het was en ga je niet uit van de toekomstige situatie?

Het kan zijn dat een van jullie beiden minder of meer kan gaan werken na de scheiding om de kinderen op te vangen. Meestal zijn er dubbele kosten en omdat het de bedoeling is dat de kinderen er financieel niet op achteruit gaan als jullie uit elkaar gaan, moet je de situatie nemen toen jullie nog (net) samen waren.

Hierbij wil ik al de volgende nuancering maken. Als het inkomen van een van beide ouders zou verminderen na de scheiding, dan wordt hiermee dus geen rekening gehouden bij het bepalen van de kinderbehoefte, omdat er gekeken wordt naar het hogere inkomen toen beide ouders nog samen waren.

Maar als je ondertussen meer bent gaan verdienen, dan moet wel gerekend worden met het hogere inkomen. Dit wordt verklaard omdat het kind normaal gesproken ook geprofiteerd zou hebben van de loonsverhoging.

9         Hoe bereken je het netto gezinsinkomen voor de scheiding?

Eerst neem je het bruto maandsalaris (of uitkering of winst uit onderneming als ZZP-er of resultaat uit overig werk) van jullie beiden samen, hierbij tel je het vakantiegeld op (meestal 8%, of kijk anders in je CAO), bonussen, gratificaties, dertiende maand, veertiende maand, toeslagen, studiefinanciering, uitkeringen, pensioen, inkomsten uit onderhuur, rente en andere inkomsten uit vermogen etc. Daar trek je de loonbelasting van af.

Je houdt dus geen rekening met bijvoorbeeld de daadwerkelijke woonlasten (hypotheek of huur) en ook de autokosten worden buiten beschouwing gelaten (ongeacht of het een leaseauto is, auto van de zaak of auto die in eigendom van jullie is).

9.1        Toeslagen

Eventuele belastingvoordelen omdat jullie gaan scheiden, moet je juist hierbij optellen, zoals Kinderbijslag, Kindgebonden Budget en Inkomensafhankelijke combinatiekorting.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het kindgebonden budget niet bij het (eind)resultaat van de behoefte van de kinderen bijgeteld moet worden, maar bij de draagkracht.  Het wordt dus wel meegenomen in dit onderdeel van de berekening van het netto gezinsinkomen voor de bepaling van de kinderbehoefte.

Als je wilt weten op welke toeslagen je aanspraak kunt maken, kijk dan in dit artikel waarin ik dit uitgebreid uitleg.

9.2        Hoeveel kinderbijslag je krijgt, staat op deze site:

https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/bedragen-betaaldagen/bedragen-kinderbijslag

9.3        Het kindgebonden budget kun je berekenen op deze site:

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/toeslagen/kindgebonden-budget/

Let hierbij op, dat je nu bij de bepaling van de kinderbehoefte dus uitgaat van de oude situatie dat jullie nog bij elkaar waren en dus fiscaal partners waren met een gezinsinkomen.

9.4        De inkomensafhankelijke combinatiekorting kun je hier berekenen:

https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_boxen_tarieven/heffingskortingen/inkomensafhankelijke_combikorting/inkomensafhankelijke-combinatiekorting-2020

Bij tweeverdieners waarbij er één of meer kinderen op 1 januari van het kalenderjaar jonger dan 12 jaar zijn, heeft de minstverdienende partner recht op de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting. Maar daarvoor moet jullie kind minimaal 6 maanden per jaar zijn ingeschreven op het woonadres van deze ouder.

In 2020 is dit extra inkomen per maand maximaal € 240,08 per maand (namelijk maximaal € 2.881 per jaar). 

Bij een fiscaal inkomen van minimaal € 30.233 krijg je dit maximale bedrag per jaar.

Je moet ook nog de algemene heffingskorting hiervan aftrekken. Hoeveel dat is staat op deze site: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_boxen_tarieven/heffingskortingen/algemene_heffingskorting/tabel-algemene-heffingskorting-2020

Algemene heffingskorting

Hoeveel heffingskorting je het laatste jaar daadwerkelijk hebt ontvangen, kun je op de achterkant van je aanslag inkomstenbelasting zien. Je moet dan nog wel het jaarbedrag delen door 12 maanden.

Arbeidskorting

Ook moet je rekening houden met de arbeidskorting en dit bedrag van het inkomen aftrekken: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_boxen_tarieven/heffingskortingen/arbeidskorting/arbeidskorting

Als je het laatste jaar meer bent gaan werken, klopt het bedrag vaak niet meer precies. Als je meer bent gaan verdienen, is het bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting namelijk iets hoger. Dan reken je hier toch met het bedrag wat op je aanslag IB staat, want het gaat tenslotte om het gezinsinkomen voor de scheiding.

Voorbeeld

Even een voorbeeld om dit te verduidelijken.

Stel dat de vader € 3000 netto verdient en de moeder € 2000 netto.  Jullie gezamenlijke netto maandinkomen is dan € 5000.

En stel dat jullie 2 kinderen hebben, 1 van 4 jaar oud en 1 van 8 jaar oud. Bovendien hebben jullie een hypotheek die € 1200 per maand kost. En jullie hebben beiden een auto van de zaak met een fiscale bijtelling van € 300 resp. € 200 per maand.

Zoals ik hierboven al heb geschreven, wordt er geen rekening gehouden met de hypotheeklasten, en ook niet met de auto van de zaak, dus dat kun je gewoon helemaal schrappen.

10.1    Je kunt nu de kinderbijslag vaststellen:

Voor het kind van 4 jaar bedraagt dit € 221/3 (bedrag is namelijk per kwartaal) = € 73,67 per maand.

Voor het kind van 8 jaar bedraagt dit € 268/3 (is per kwartaal) = € 89,33 per maand. In totaal is dat dus € 163 per maand.

10.2    Kindgebonden budget:

10.3    Het kindgebonden budget kun je berekenen op deze site: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/toeslagen/kindgebonden-budget/

Voor het bepalen van het Kindgebonden Budget moet je rekenen met het bruto jaarsalaris (voor de scheiding) van beide ouders samen (als jullie dus nog fiscaal partners zijn) zoals ik hierboven al heb uitgelegd. Dat staat op je jaaropgaaf.

Ik doe net of ik dit niet heb en zet voor deze voorbeeld berekening het netto bedrag even globaal om in een bruto bedrag.  

De vader verdient € 3000 netto per maand, dat komt ongeveer neer op € 57.462,09 bruto per jaar (uitgaande van circa 1: (1 – 0,3735) x 3.000 x 12).

De moeder verdient dus € 2000 netto per maand, dat komt neer op circa € 38.308,06 bruto per jaar (1: (1 – 0,3735) x 2.000 x 12). 

Geen van de ouders krijgen nu een Kindgebonden Budget omdat het gezamenlijke inkomen te hoog is.

10.4    En kunnen jullie ook aanspraak maken op een Inkomensafhankelijke combinatiekorting (Inkomensafhankelijke Combinatiekorting)?

Ja, in dit voorbeeld zou dit neerkomen op € 2881 per jaar voor de minst verdienende persoon (: 12 = € 240 per maand voor de vrouw).

Het netto gezinsinkomen zou in dit voorbeeld neerkomen op:

Gezamenlijk gezinsinkomen van                   € 5.000

Kinderbijslag                                                  €    163          

Kindgebonden Budget                                    €        0                                  

Inkomensafhankelijke Combinatiekorting     €    240 +                               

Het totaal netto gezinsinkomen bedraagt € 5.403 per maand.

11      Kinderbehoefte

Hierboven heb je jullie bruto gezinsinkomen naar het netto gezinsinkomen omgerekend. Met behulp hiervan kun je heel gemakkelijk nazoeken hoeveel de kinderbehoefte is.

In de behoeftetabel van het NIBUD staat namelijk hoeveel de behoefte is, gebaseerd op jullie netto gezinsinkomen, leeftijd van de kinderen en hoeveelheid kinderen. Hoe hoger het gezinsinkomen is, hoe meer er normaliter aan de kinderen wordt besteed. En hoe ouder kinderen zijn, hoe duurder ze zijn. Dat is allemaal vertaald in deze tabel. Als je de tabel bekijkt voor ons voorbeeld:

In mijn voorbeeld waren er 2 kinderen, 1 van 4 jaar oud (4 punten) en 1 van 8 jaar oud (2 punten).

Dan ligt de kinderbehoefte volgens de NIBUD-tabel op € 1.125 per maand. Dat is dus zonder de kinderbijslag.

12   Draagkrachtberekening

De uitgebreide uitleg over de kinderalimentatie kun je grofweg in drie onderdelen splitsen. In dit tweede onderdeel bekijk je hoeveel beide ouders afzonderlijk van elkaar kunnen betalen aan kinderalimentatie. Het grote verschil met de berekening van de behoefte van de kinderen (zoals je hierboven hebt berekend) is dat je zojuist bent uitgegaan van het netto gezamenlijke gezinsinkomen voor de scheiding. Vanaf dit punt moet je voor de draagkracht gaan rekenen met de huidige financiële situatie van beide partners apart van elkaar na de scheiding.

Uitzondering: tot een netto maandinkomen € 1410 hoeft de draagkracht niet berekend te worden. De draagkracht is dan 25 euro voor 1 kind of 50 euro voor 2 of meer kinderen.
Als je dus per maand € 1100 netto zou verdienen, kun je voor je 2 kinderen in totaal slechts € 50 per maand betalen.

Volgens vaste rechtspraak telt het Kindgebonden Budget mee voor de kinderalimentatie (en niet voor de partneralimentatie).

13      Nu moet je de draagkracht berekenen per partner.

De draagkracht moet je nu voor beide ouders afzonderlijk gaan berekenen. Dit is gebaseerd op 5 onderdelen.

13.1    Wat is het bruto inkomen na de scheiding?
13.2    Welke belastingen moet je betalen en welke toeslagen kun je optellen bij het bruto inkomen? Als je dit verrekent met het bruto inkomen na de scheiding, dan is dit het netto inkomen na de scheiding.
13.3    Wat is jouw draagkrachtloos inkomen? Dat is het minimale inkomen is wat jij nodig hebt om van te kunnen leven. Deze berekening moet ook voor je ex echtgenoot/partner gemaakt worden.
13.4    De volgende stap is om de draagkrachtruimte vast te stellen. Dat is jouw netto-inkomen na de scheiding min het draagkrachtloos inkomen.
13.5    Tenslotte neem je 70% van de draagkrachtruimte, dat is de draagkracht die jij hebt om kinderalimentatie te betalen.
14      Bruto inkomen na scheiding

Meestal verandert het inkomen voor en na de scheiding niet en kun je dus gewoon rekenen met het bruto inkomen zoals je dit in de vorige stap al hebt vastgesteld. Maar als er wel iets zou veranderen, dan moet je dus met het nieuwe inkomen van jullie beiden gaan rekenen.

Toeslagen na scheiding en verhuizing

Wat er meestal wel verandert zijn de toeslagen die jullie na de scheiding en de verhuizing kunnen krijgen (omdat jullie dan geen fiscaal partners meer zijn, maar wel co-ouders).

In het voorbeeld van hierboven kregen beide ouders bijvoorbeeld geen Kindgebonden Budget omdat jullie gezamenlijk inkomen voor de scheiding te hoog was. Na de scheiding zullen beide ouders bij co-ouderschap wel in aanmerking kunnen komen voor Kindgebonden Budget. Hetzelfde geldt voor de inkomensafhankelijke Combinatiekorting. Je kunt als co-ouder allebei in aanmerking komen voor deze korting als je allebei werkt. Je zou misschien ook Kinderopvangtoeslag kunnen krijgen of huurtoeslag. Lees er meer over in mijn artikel over toeslagen.

Voor de berekening van de draagkracht, moet je eerst het netto inkomen berekenen na de scheiding. Stel dat jullie inkomens niet zijn veranderd. De vader verdient dus € 3000 netto en de moeder € 2000 netto. 

14.1    Kindgebonden budget:

Je hebt alleen recht op kindgebonden budget als je aanvrager voor de kinderbijslag bent. Misschien ten overvloede, maar het is dus niet voldoende dat het kind op jouw adres in de gemeente is bijgeschreven, je moet ook de kinderbijslag aanvragen! Pas dan krijg je het Kindgebonden Budget. Als je na scheiding uit elkaar gaat, krijgt voortaan de verzorgende ouder de kinderbijslag en wordt deze ouder automatisch de aanvrager.

Als jullie 2 kinderen (of meer) hebben en beide kinderen bij een andere ouder zouden inschrijven (dus een op het adres van de vader en een bij de moeder), dan zouden jullie allebei recht kunnen hebben op het Kindgebonden budget.

Bij co-ouderschap is het dan ook meestal financieel het beste om twee kinderen te verdelen over beide ouders. De ene ouder vraagt dus kinderbijslag aan voor het ene kind en de andere ouder doet hetzelfde voor het andere kind. In dat geval zijn beide ouders aanvrager voor de kinderbijslag en krijgen beide ouders recht op kindgebonden budget.

Het recht op kindgebonden budget kan ingaan zodra je feitelijk uit elkaar gaat wonen.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het kindgebonden budget niet bij de behoefte van de kinderen bijgeteld moet worden, maar bij de draagkracht. 

Om ongeveer te weten te komen op hoeveel kindgebonden budget je recht hebt, kun je heel gemakkelijk zelf een proefberekening maken op de site van de belastingdienst: http://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/ .

Hoe moet je het kindgebonden budget invullen?

Bij de vraag:  “hebt u een toeslagpartner?” vul je nu ‘nee’ in als je alleen gaat wonen en ‘ja’ in als je gaat samenwonen met een nieuwe partner.

Bij de vraag: “Hoeveel kinderen jonger dan 18 jaar hebt u?” vul je het aantal kinderen in voor wie jij aanvrager van de kinderbijslag na scheiding bent. Als jij voor alle kinderen gaat zorgen, vul je het totaal aantal kinderen in. Als je in co-ouderschap gaat zorgen, vul je hier dus de helft van het aantal kinderen in voor een maximale aftrek.

Bij de vraag “wat is uw toetsingsinkomen?” vul je het inkomen in dat je op korte termijn in box 1 van de inkomstenbelasting verwacht. Dit is jouw fiscaal bruto jaarinkomen.

Het Kindgebonden budget komt in mijn voorbeeld na de scheiding voor de vader uit op € 161,91 per maand.

Het Kindgebonden budget komt uit op € 269,65 per maand voor de moeder.

14.2    En kunnen jullie ook aanspraak maken op een Inkomensafhankelijke combinatiekorting?

Bij tweeverdieners waarbij er één of meer kinderen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar jonger dan 12 jaar zijn, heeft de minstverdienende partner recht op de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting. Maar daarvoor moet jullie kind minimaal 6 maanden per jaar zijn ingeschreven op het woonadres van deze ouder. Als jullie 2 kinderen (of meer) hebben en beide kinderen bij een andere ouder zouden inschrijven (dus een bij de vader en een bij de moeder), dan zouden jullie onder deze voorwaarden allebei recht hebben op de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting.

Stel dat het jongste kind is ingeschreven bij de moeder en het oudste kind bij de vader, dan zou dit neerkomen op € 2.881 per persoon, dus zowel voor de man als voor de vrouw komt dit neer op € 240 per persoon per maand.

Voorbeeld

Het netto inkomen van de man zou in dit voorbeeld neerkomen op:

Netto inkomen                                              € 3.000

Kinderbijslag                                                 €      74          

Kindgebonden Budget                                  €   162                                  

Inkomensafhankelijke Combinatiekorting     €    240 +                               

Totaal netto inkomen man                             € 3.476

Het netto inkomen van de vrouw zou in dit voorbeeld neerkomen op:

Netto inkomen                                              € 2.000

Kinderbijslag                                                  €      90          

Kindgebonden Budget                                    €   270                                  

Inkomensafhankelijke Combinatiekorting     €    240 +                               

Totaal netto inkomen vrouw                          € 2.600

14.3    Draagkrachtloos inkomen

Nu moet je berekenen wat het minimale inkomen is wat jij en je ex-partner los van elkaar nodig hebben om van te kunnen (over)leven. Dat heet het draagkrachtloos inkomen. Dit bestaat uit 3 onderdelen:

1.         de bijstandsnorm (dit is voor iedereen gelijk)

2.         een forfaitair bedrag aan woonlasten

3.         de aflossing van noodzakelijke schulden

14.4    De bijstandsnorm

Wat je in deze stap berekent, is de kale bijstandsnorm. En die ga je aanpassen aan jouw specifieke situatie. Hoe doe je dat?

Kale bijstandsnorm = Bijstandsuitkering – standaard woonlasten – ziektekosten op bijstandsniveau.

In januari 2020 is de bijstandsuitkering voor een alleenstaande € 1.052,32 en zijn de standaard woonlasten op bijstandsniveau € 230. De ziektekosten op bijstandsniveau bedragen € 33.  De kale, uitgeklede bijstandsnorm is dus voor iedereen € 789,32 per maand. Dit rond ik voor het gemak af op € 790.

(Als je precies wilt weten hoe ik op deze bedragen kom, dan kun je doorlezen. Anders kun je gewoon verder lezen in het volgende punt over de ziektekosten).

Je neemt de meest recente bijstandsuitkering, de link hiervoor is https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/documenten/publicaties/2019/12/18/uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020).

Omdat hierin al standaard woonlasten en ziektekosten zijn opgenomen, moet je deze 2 standaard bedragen er eerst uithalen. Daarna tel je jouw eigen woonlasten en ziektekosten erbij op en dan heb je jouw specifieke situatie. Hetzelfde doe je ook voor ex-partner.

Oké, en nu weer even terug naar mijn voorbeeld. Je neemt de meest recente bijstandsuitkering min de standaard woonlasten (zie hiervoor https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/tremarapport-versie-2020-januari.pdf) en min de ziektekosten op bijstandsniveau https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijstand/documenten/publicaties/2019/12/18/uitkeringsbedragen-per-1-januari-2020).

14.5    Jouw ziektekosten

Er wordt een standaard bedrag meegenomen van € 135 per maand voor ziektekosten. Zelfs als je meer betaalt aan premie, dan wordt het verschil buiten beschouwing gelaten.

Hoe ziet de berekening er dan uit?

Kale bijstandsnorm voor alleenstaande€  790
Ziektekosten€  135 +
Onvoorziene uitgaven€    50 +
Totaal standaardbedrag 2020                         €   975
14.6    Jouw woonlasten

Hier wordt niet uitgegaan van de daadwerkelijke woonlasten, maar er wordt gerekend met een forfaitair bedrag van 30% zijn van jouw netto maandinkomen. Stel dat jij niet alleen de hypotheek/huur van jouw nieuwe woning betaalt, maar ook nog de hypotheek van de voormalige gezamenlijke woning waarin je ex partner woont met jullie kinderen, dan zou je natuurlijk wel een hoger bedrag kunnen opvoeren.

15      Schulden

Als er schulden zijn, dan mag je de rente en aflossing hiervan alleen meenemen bij schulden die zijn gemaakt tijdens het huwelijk (EN die niet aan de ouders verweten kunnen worden). Als je bijvoorbeeld een huis hebt gekocht tijdens het huwelijk dat inmiddels onder water zou staan, dan mag je de maandelijkse rente en de aflossing dus bij het draagkrachtloos inkomen optellen.

Draagkrachtloos inkomen = kale bijstand standaardbedrag + ziektekosten + forfaitair bedrag woonlasten + schulden

16      Draagkrachtruimte

Draagkrachtruimte = netto inkomen na scheiding – draagkrachtloos inkomen.

17      Jouw draagkracht = 70% x draagkrachtruimte

Jij kunt dus 70% van de draagkrachtruimte aan kinderalimentatie spenderen, de resterende 30% is voor jou.

Ik ga verder met het voorbeeld:

Netto inkomen man:                                                  € 3.475

Standaard bijstandsnorm                  €     975

Woonlasten 30% x € 3.475 =             €  1.042+

Totaal draagkrachtloos inkomen                               € 2.017 –

Draagkrachtruimte man:                                           € 1.458

Draagkracht man = 70% x draagkrachtruimte (70% x € 1.458) = € 1.021

Netto inkomen vrouw:                                               € 2.599

Standaard draagkrachtloos inkomen €     975

Woonlasten 30% x € 2.599=               €     779 +

Totaal draagkrachtloos inkomen                               € 1.754 –

Draagkrachtruimte vrouw:                                        €    845

Draagkracht vrouw = 70% x draagkrachtruimte (70% x € 845) = € 591

18  Evenredige verdeling van de draagkracht

Even weer een samenvatting, want wat ben je nu aan het berekenen? In het begin van het artikel heb ik uitgelegd dat een alimentatieberekening uit 3 punten bestaat:

18.1    De behoefte van de kinderen: hoeveel hebben de kinderen nodig? Dat was € 1.125 voor beide kinderen samen.
18.2    De draagkracht van beide ouders: hoeveel kunnen jullie beiden betalen? De man kon € 1.021 betalen, de vrouw € 591.
18.3    Een verdeling van de alimentatie, zodat je een eerlijke verdeling krijgt tussen beide ouders.

Nu moeten we dus alleen nog het derde punt berekenen, namelijk een eerlijke verdeling van de kinderalimentatie. De bedoeling is dat beide ouders verhoudingsgewijs hetzelfde moeten mee betalen aan de kinderalimentatie. Dus diegene die meer kan betalen, moet ook meer betalen.

Draagkracht van beide ouders samen komt neer op € 1.021 + € 591 = € 1.612 Dit is meer dan de kinderbehoefte van € 1.125

De draagkracht van de vader bedraagt     € (1.021/1.612) x 100% = 63,31 %.

De draagkracht van de moeder bedraagt € (591/1.612) x 100% = 36,69%.

Je had al gezien dat de kinderbehoefte lager was dan de draagkracht van beide ouders. De ouders hoeven maximaal dat te betalen wat de behoefte van de kinderen is, dus € 1.125.

De vader moet dus 63,31% x € 1.125 =       €    712 betalen

De moeder moet dus 36,69% x € 1.125 =   €    413 betalen.

Totaal:                                                            € 1.125

Nu ben je echt bijna klaar. Je moet alleen nog de zorgkorting toepassen.

19      Zorgkorting

Zodra de kinderen een paar dagen per maand bij een ouder zijn, dan krijgt deze ouder al deze zorgkorting. Hoe meer dagen zij bij jou zijn, hoe meer korting je krijgt. Dat is op zich logisch, omdat jij op deze dagen voor de kinderen zorgt en dus hun kosten betaalt (denk aan eten, drinken, hogere elektriciteitskosten en waterverbruik, een deel van de woonkosten en vakanties, etc.). Hoe ziet deze verdeling van de zorgkosten eruit?

Zijn de kinderen minder dan 1 dag per week bij jou? Dan krijg je een zorgkorting van 5%.

Zijn de kinderen gemiddeld 1 dag per week bij jou? Dan krijg je een zorgkorting van 15%.

Zijn de kinderen gemiddeld 2 dagen per week bij jou? Dan krijg je een zorgkorting van 25%.

Zijn de kinderen gemiddeld 3 dagen per week bij jou? Dit is dan co-ouderschap. Dan krijg je een zorgkorting van 35%. Je mag hierover met je ex-partner ook andere afspraken maken.

De zorgkorting wordt vervolgens afgetrokken van ieder zijn deel in de kinderbehoefte.

20      Vakanties bij een omgangsregeling

Als je geen co-ouderschap hebt (dus minimaal 3 dagen per week), maar een omgangsregeling, dan worden ook de verdeling van de vakanties wordt in de berekening meegenomen. Dus als bijvoorbeeld jullie kinderen een weekend per 2 weken bij de vader zijn (dus gemiddeld 1 dag per week), maar daarboven op ook 4 weken per jaar tijdens de vakanties, dan gaat het om 4 x 12 = omgangsdagen per jaar + 28 vakantiedagen = 76 dagen per jaar/52 = 1,5 dagen per week. In dit voorbeeld zou het geen verschil uitmaken want het percentage verandert niet (1 dag per week of 1,5 dag per week komen zitten allebei tussen 1 en 2 dagen per week, en dit komt neer op 15% zorgkorting).  

Vervolg voorbeeld

Als jullie kinderen ieder weekend (2 dagen) bij de vader zijn en de (5) door de weekse dagen bij de moeder zijn, dan krijgt de vader een zorgkorting van 25% en de moeder van 35%. Wat zijn de gevolgen hiervan in de berekening?

Je had al gezien dat de draagkracht van beide ouders hoger was dan de kinderbehoefte. Beide ouders kunnen dus aan de behoefte van de kinderen voldoen. Maar de ouders hoeven maximaal dat te betalen wat de behoefte van de kinderen is, dus € 1.125.

De zorgkorting mag alleen volledig gebruikt worden wanneer de ouders samen genoeg draagkracht hebben om de behoefte van de kinderen te voldoen, zoals in dit geval.

Draagkracht vader                                          € 712

Zorgkorting vader: 25% x € 1.125      =         € 281 –

Door vader te betalen                                     € 431

Draagkracht moeder                                       € 412

Zorgkorting moeder: 35% x € 1.125 =            € 393

Door moeder te betalen                                €    19

Deze bedragen moeten jullie dus beiden iedere maand bijvoorbeeld op de kinderrekening overmaken. De zorgkorting zelf betaal je dus eigenlijk in natura door voor jullie kinderen te zorgen. Dus daarom hoef je dat niet ook over te maken.

21      Te weinig draagkracht

Hierboven was de draagkracht van beide ouders hoger dan de kinderbehoefte. Maar wat moet je nu doen als jullie beiden te weinig draagkracht hebben om aan de kinderbehoefte te voldoen? Bijvoorbeeld omdat jullie schulden hebben die tijdens het huwelijk zijn ontstaan.

Ik ga uit van dezelfde kinderbehoefte, en dezelfde omgangsregeling als hierboven. Alleen de draagkracht van de ouders verlaag ik even om dit te verduidelijken in het voorbeeld. De kinderbehoefte is nog steeds € 1.125. De draagkracht van de vader verlaag ik naar € 600. De draagkracht van de moeder wordt € 400. De totale draagkracht van beide ouders is nu € 1.000. Het tekort in de kinderbehoefte is dan € 125. De ouders moeten nu beiden de helft van het tekort in mindering brengen op hun zorgkorting. Dus zowel de vader als de moeder moeten 125 : 2 = € 62,5 aftrekken van hun zorgkorting. Beide ouders leveren dus dit bedrag in van hun zorgkorting. Dit geeft het volgende plaatje:

Draagkracht vader                                                                 € 600

Zorgkorting vader: 25% x € 1.125 =                           € 281 –

Compensatie zorgkorting                              € 62,50

Totale zorgkorting                                                                  € 218,50 –

Door vader te betalen                                                            € 381,50

Draagkracht moeder                                                              € 400

Zorgkorting moeder: 35% x € 1.125 =            € 393 –

Compensatie zorgkorting                            € 62,5

Totale zorgkorting                                                                 € 330,50 –

Door moeder te betalen                                                        €   69,50

Er zijn 2 controles op de uitkomst van de te betalen alimentatie.

21.1    Kinderbehoefte is het maximum (als de draagkracht van de ouders groter is)

Het kind krijgt niet meer dan zijn behoefte is. Dus als zijn behoefte € 300 is, maar beide ouders kunnen bijvoorbeeld € 500 betalen, dan krijgt het kind toch maximaal € 300 aan kinderalimentatie. De ouders moeten dan naar rato van hun draagkracht in de behoefte van de kinderen bijdragen. 

21.2    Draagkracht van beide ouders is de max (als de kinderbehoefte groter is)

De ouders hoeven niet meer te betalen dan zij kunnen betalen, oftewel de draagkracht is het maximum. Dus als de behoefte van het kind € 500 is, maar beide ouders kunnen samen slechts € 400 betalen, dan hoeven de ouders maximaal € 400 te betalen. In deze situatie hoeft er bovendien geen draagkrachtvergelijking te worden gemaakt en moeten de ouders conform hun draagkracht in de behoefte van de kinderen bij dragen.

22      Let op:

Kinderalimentatie gaat voor op partneralimentatie. Als je bijvoorbeeld aan meerdere kinderen kinderalimentatie zou moeten betalen, dan wordt jouw draagkracht over jouw totaal aantal kinderen verdeeld. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij samengestelde gezinnen.
Dus als jij bijvoorbeeld 1 kind hebt met je ex partner waarvoor je al kinderalimentatie betaalt, en je hebt 2 kinderen met je huidige partner, dan wordt jouw draagkracht evenredig over 3 kinderen verdeeld.

23      Hoe zit het met stiefouders?

Een stiefouder is iemand, die trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat met iemand bij wie een kind staat ingeschreven. Als u gaat samenwonen, ben je volgens de wet geen stiefouder. Je bent evenmin een stiefouder als het kind bij de andere ouder is ingeschreven. 

Een stiefouder is verplicht om tijdens het huwelijk in het levensonderhoud te voorzien van het stiefkind. Die verplichting eindigt op het moment dat beide ouders scheiden. De stiefouder hoeft in dat geval geen kinderalimentatie te betalen. Hoe lang het stiefkind bij de stiefouder heeft gewoond, maakt niets uit. Ook als het kind bij diens andere biologische ouder gaat wonen óf op zichzelf gaat wonen, vervalt de plicht van de stiefouder om financieel bij te dragen aan het stiefkind.

Op dit artikel is de volgende disclaimer van toepassing.

Call Now ButtonBel